PLATFORM OUDERENZORG
Voor Praktijkverpleegkundigen & Praktijkondersteuners
Zoek in kennisbank:

Dit artikel delen via:
Osteoporose
Osteoporose

Osteoporose

Definitie:

“Osteoporose is het gevolg van afgenomen  en verstoring van de bot-matrix, hierdoor is de botdichtheid verlaagd. Dit leidt tot een afname van de sterkte van de botten en een verhoogd risico op botbreuken, van met name de wervelkolom, heup, pols, bovenarm en bekken. Het risico op breuken neemt toe met de leeftijd; het betreft met name personen die ouder dan 75 jaar zijn. Eén op de twee vrouwen en één op de vijf mannen van 50 jaar of ouder zal ten minste een botbreuk ten gevolge van osteoporose oplopen”.

De NHG-Standaard Fractuurpreventie vervangt de NHG-Standaard Osteoporose 2005, de belangrijkste wijzigingen:

  • De titel en inhoud van de standaard zijn gewijzigd ten opzichte van de NHG-Standaard Osteoporose; fractuurpreventie komt centraal te staan.
  • Aan de standaard is een algoritme voor gebruik in de dagelijkse praktijk toegevoegd.
  • De botmineraaldichtheid (BMD) wordt uitsluitend aan de hand van de T-score bepaald.

    De Z-score wordt niet meer gebruikt.

    Kernboodschappen:

  • Een wervelfractuur en een recente niet-wervelfractuur (korter dan 2 jaar geleden) zijn de belangrijkste risicofactoren voor een volgende fractuur.
  • Leeftijd, ondergewicht, verhoogd valrisico en een ouder met een heupfractuur zijn de belangrijkste risicofactoren voor een eerste fractuur.
  • Voor screenen op osteoporose of op fractuurrisico is geen plaats.
  • Aanvullend onderzoek bestaande uit beeldvormende diagnostiek en soms aanvullend bloedonderzoek dient om het risico op een (volgende) fractuur mede te bepalen.
  • Bij een lage BMD (T-score lager of gelijk aan −2,5) of na een doorgemaakte wervelfractuur is er, naast de overige interventies, een indicatie voor behandeling met bisfosfonaten.
  • Behandeling en begeleiding van patiënten met secundaire osteoporose is een taak van de medisch specialist met uitzondering van de behandeling van vitamine-D-gebrek en langdurig glucocorticosteroïdgebruik.

     

    Prevalentie:

    In de afgelopen 25 jaar is het aantal personen met osteoporose sterk toegenomen. Over de gehele periode is het aantal mannen met osteoporose verdrievoudigd en het aantal vrouwen met osteoporose verviervoudigd.

    De verbeterde diagnostiek zorgt ook voor een toename in de prevalentie. Door de oprichting van fractuurpoliklinieken in ziekenhuizen worden mensen eerder gediagnosticeerd met osteoporose nadat zij een fractuur hebben doorgemaakt.

    Oorzaak/diagnose:

    Bot wordt continu vernieuwd doordat het lichaam het voortdurend afbreekt en vervangt door nieuw bot. Zolang de opbouw en afbraak van bot in balans is blijven botten sterk. Bij osteoporose (botontkalking) worden de botten sneller afgebroken dan ze kunnen worden opgebouwd en gaat er dus botmassa verloren. Hierdoor verliezen botten in de loop der tijd aan sterkte en kunnen ze sneller breken. Osteoporose kan worden veroorzaakt door: - een geringe piekbotmassa (deels erfelijk, deels beïnvloed door voeding en hoeveelheid lichaamsbeweging in de jeugd) - de overgang (versnelde botafbraak doordat het lichaam geen oestrogenen meer aanmaakt) - onvoldoende beweging - onvoldoende calciuminname of tekort aan vitamine D - roken en overmatig alcoholgebruik - andere aandoeningen of het gebruik van bepaalde medicijnen, zoals langdurig gebruik van corticosteroïden, door schildklieraandoeningen en maagdarmziekten De huisarts kan een DXA-meting laten verrichten bij een verhoogde risicoscore. Bij een T-score ≤2,5 is de diagnose osteoporose.

    Verschijnselen:
    Er zijn eigenlijk geen verschijnselen van osteoporose die duidelijk zijn voor een patiënt, totdat er een bot wordt gebroken. Toch is er ongemerkt sprake van broze botten, een lage botmassa en een verstoorde botstructuur. Hierdoor bestaat er een verhoogde kans op fracturen.
    In het begin zal de patiënt dus geen klachten ervaren. Vaak komt de diagnose osteoporose pas nadat er fracturen zijn ontstaan. Fracturen door osteoporose komen meestal pas voor op hogere leeftijd.
    Later kunnen verschijnselen optreden als kleiner worden door ingezakte ruggenwervels.

    Ook kunnen dan pijnklachten optreden door botbreuken, botpijn, spierpijn door veranderde houding, neuropathische pijn, pijn in buik door ingezakte houding als gevolg van wervelfracturen.

    Aandachtspunten voor praktijkondersteuners / praktijkverpleegkundigen:

  • Medicatie (on)trouw, medicatie-ontrouw is hoog bij orale medicatie
  • Verhoogd valrisico
  • Valangst
  • Voeding (calcium, vitamine D, maar denk ook aan alcohol- en zoutgebruik, anorexia)
  • Beweging
  • Pijnklachten
  • Evenwichtsstoornissen door bijvoorbeeld krommer lopen door wervelinzakkingen, maar ook door slecht zien, orthostatische hypotensie

    Behandeling:

  • Bisfosfonaten, eerste keusmiddelen bij patiënten met een hoog fractuurrisico zijn alendroninezuur en risedroninezuur. Bij een creatinineklaring < 30 ml/min zijn deze middelen gecontra-indiceerd. Aandachtspunt: medicatie nuchter innemen met een groot glas leidingwater; lichaam rechtop en 30 minuten rechtop en nuchter blijven (dit ter voorkoming van beschadiging van de slokdarm).
  • Terughoudend te zijn met het voorschrijven van zolendroninezuur en denosumab dit zijn tweede keusmiddelen.
  • Calcium en vitamine D suppletie.
  • Leefstijl en voedingsadviezen, valpreventie, balans- en krachttraining, in te zetten disciplines hiervoor zijn diëtiste, fysiotherapeut, Cesartherapeut, ergotherapeut.

    Literatuur:
    Zorgboek osteoporose (ISBN 978-90-8648-025-8) voor patiënten



 
CBO richtlijn osteoporose en fractuurpreventie (2011)
Effectieve ouderenzorg toolkit osteoporose
NHG standaard fractuurpreventie
Osteoporosestichting
Thuisarts, osteoporose
Contactgegevens
platformouderenzorg@pvkpoh.nl
ACADEMIC JOURNALS ®
Copyright | Disclaimer