PLATFORM OUDERENZORG
Voor Praktijkverpleegkundigen & Praktijkondersteuners
Zoek in kennisbank:

Dit artikel delen via:
Hartfalen
Hartfalen

Oorzaken:

Geleidelijk neemt het aantal patienten met hartfalen toe. We zijn er meer op verdacht, de diagnostische mogelijkheden nemen toe en we passen medicatie toe die hartfalen in de hand werkt. Maar vooral: we worden ouder. Bovendien overleven we hartbeschadigende aandoeningen vaker - infarcten blijven beperkt in hun omvang, ritmestoornissen worden beter beheerst. En er zijn andere ziekten die een verhoogde kans op hartfalen geven: diabetes mellitus en COPD geven een verhoogde kans op hartfalen.

Verschijnselen:

Er zijn geen klachten die alleen maar bij hartfalen voorkomen. Snel moe en kortademig worden bij inspanning, en ook vochtophoping, zijn uitingen van hartfalen. Alleen - die verschijnselen kunnen ook optreden bij andere aandoeningen. Bij ouderen zijn de klachten dan ook nog eens vager, of totaal anders: toenemende verwardheid kan bij ouderen ook een uiting zijn van hartfalen.
Voor zekerheid over de diagnose zijn we dus op extra onderzoeken aangewezen.

De NHG-standaard Hartfalen gebruikt, het ECG, diverse BNP-bepalingen, een X-thorax en echocardiografie als hulpmiddelen voor nadere diagnostiek.

Behandeling:

De therapie richt zich op het verlichten van de klachten, op het verminderen van de eisen die aan de hartspier worden gesteld, en op het beïnvloeden van (nadelige) leefgewoonten zoals u die kent uit het CVRM-beleid .
Natriumbeperking, vocht beperking, gewichtsreductie, conditietraining, roken staken, alcohol beperken, jaarlijkse griepvaccinatie, zijn veel toegepaste interventies.
Interventies op basis van cardiale of andere ziekten die specialistisch ingrijpen nodig maken (pacemaker, klepoperaties, behandeling van schildklierziekten etc), blijven buiten deze bespreking.

Als medicatie komt de praktijkverpleegkundige tegen:

  •  ace-remmers en A2-antagonisten
  •  diuretica
  •  betablokkers
  •  aldosteronantagonisten

CVRM-beleid en comorbiditeit zullen dit lijstje bijna altijd langer maken.

Aandachtspunten voor praktijkondersteuners / praktijkverpleegkundigen:

De verpleegkundige zal vooral te maken krijgen met de behandeling van een al vastgesteld hartfalen, de chronische vorm dus. Hiertoe zijn periodieke controles aangewezen.

Ook het snel signaleren van een verergering is van belang: dat de patiënt dagelijks zijn / haar gewicht meet is daarvoor een eenvoudig en goedkoop instrument. Bloeddrukmeting , pols en ademfrequentie tellen zijn voor elke verpleegkundige vertrouwde onderzoeksmethoden, ook aan huis.

Zoals bekend van andere chronische aandoeningen staat voorlichting en (ook op oudere leeftijd) leefstijlinterventie voorop. Zo kan de patiënt zelf verantwoordelijk worden voor een doordachte omgang met zijn aandoening. Net als bij andere aandoeningen raken ook bij hartfalen kwaliteit-van-leven-vragenlijsten ingeburgerd.

Bij het monitoren van de medicatie is de verpleegkundige belangrijk.

Een voorbeeld: de oudere patiënt heeft een grote kans op problemen van het bewegingsapparaat. Nogal eens komen NSAID's dan van pas, maar we realiseren ons sinds enkele jaren dat die de kans op het optreden of verergeren van hartfalen vergroten.

Een eventueel huisbezoek levert soms onschatbare gegevens op: wat te denken van een droppot op tafel van de oudere met hartfalen ?

Waakzaamheid bij het verwerken van lab-uitslagen is geboden: bij hartfalen kunnen eerder electrolytstoornissen voorkomen door de behandeling, terwijl door diezelfde electrolytstoornissen het hart ook gevoeliger wordt voor ritmestoornissen. Verder is voor de nierfunctie aandacht nodig: het overmatige vocht moet via de nieren het lichaam uit.



 
Hartstichting hartfalen
Multidisciplinaire richtlijn hartfalen
NHG standaard hartfalen
Stichting hartpatienten informatie voor de patient
Thuisarts hartfalen
Contactgegevens
platformouderenzorg@pvkpoh.nl
ACADEMIC JOURNALS ®
Copyright | Disclaimer