PLATFORM OUDERENZORG
Voor Praktijkverpleegkundigen & Praktijkondersteuners
Zoek in kennisbank:

Dit artikel delen via:
Delier
Delier

Oorzaak:
Het delier is een toestandsbeeld dat op alle leeftijden kan ontstaan, maar dat het meest voorkomt bij kwetsbare ouderen, meestal op basis van verschillende etiologische factoren tegelijkertijd.

Een delier is een uiting van een acute, diffuse cerebrale ontregeling, met complexe pathofysiologie. Met het ouder worden treden geleidelijk veranderingen in het lichaam op, waarbij de lichamelijke en geestelijke reservecapaciteit en draagkracht afnemen. Tot de factoren die aan een verhoogde kwetsbaarheid kunnen bijdragen, behoren: hoge leeftijd, dementie, psychiatrische stoornissen, alcoholmisbruik, polyfarmacie, visusbeperking, gehoorbeperking, slaaptekort en ondervoeding. Bij een opeenstapeling van een aantal van deze factoren en bij het tekortschieten van compensatiemechanismen kan een beperkte schadelijke prikkel al aanleiding zijn tot het ontstaan van een delier.

Veelvoorkomende factoren die een delier kunnen uitlokken, zijn:

  • Infectie, vooral een urineweginfectie en pneumonie
  • Medicatie, medicatiewijziging of -onttrekking, polyfarmacie (in het bijzonder middelen met een anticholinerge werking, waarbij bij polyfarmacie vaak een cumulatie van anticholinerge effecten ontstaat);
  • Acuut trauma, met name een fractuur;
  • Urineretentie

Verschijnselen:
Een delier is een neuropsychiatrisch toestandsbeeld waarbij sprake is van een stoornis in het bewustzijn met een verminderd vermogen de aandacht ergens op te richten, vast te houden of te wisselen, en van een verandering in cognitie (incoherent denken, geheugenstoornis, onsamenhangende spraak en desoriëntatie). Daarbij kunnen zich ook hallucinaties en wanen voordoen. Motorische onrust kan, maar hoeft er niet bij op te treden. Kenmerkend voor een delier is dat het beeld acuut ontstaat, in uren tot dagen, en dat de symptomen fluctueren over het etmaal. Er is vrijwel altijd een onderliggende somatische stoornis.

Het delier heeft verschillende verschijningsvormen:

  • De onrustige/hyperactieve vorm: deze vorm wordt meestal gekarakteriseerd door agitatie, desoriëntatie, bewustzijnsdaling, wanen en hallucinaties die bizar en angstaanjagend kunnen zijn. Meestal zoeken de verzorgers bij een hyperactief delier snel hulp, omdat de verzorging als moeilijk wordt ervaren.
  • De apathische/hypoactieve vorm: hierbij staat bewustzijnsdaling op de voorgrond. Een apathisch-delirante patiënt wordt doorgaans als een gemakkelijke patiënt ervaren; het beeld wordt vaak pas laat of niet als delier herkend.
  • De gemengde vorm: bij deze vorm is de patiënt afwisselend hyper- en hypoactief; dit type komt bij ouderen veel voor.

Behandeling:

Indien mogelijk wordt behandeling ingesteld voor de onderliggende somatische aandoening(en).
Thuisbehandeling is alleen mogelijk als de oorzaak van het delier thuis adequaat behandeld kan worden, als er 24 uur per dag adequate zorg geboden kan worden (lichamelijke verzorging, psychosociale maatregelen, medicatie), als de veiligheid gewaarborgd is, als de huisarts en waarnemers bereid zijn de continue coördinatie op zich te nemen en als de verzorgers instemmen met behandeling thuis en hieraan een bijdrage willen leveren. De huisarts overlegt met de naasten en/of verzorgers over de mogelijkheid de patiënt in de eigen omgeving te verzorgen, maakt een inschatting van de belasting die dit voor de mantelzorgers met zich meebrengt en schakelt zo nodig aanvullende zorg in. Hieraan kan ook een bijdrage worden geleverd door de sociaal geriater en de sociaal-psychiatrisch verpleegkundige vanuit de ambulante ouderenzorg van de GGZ.

Aandachtspunten voor de praktijkverpleegkundige/praktijkondersteuner:
De praktijkverpleegkundige geeft de familie of de verzorgers adviezen over de communicatie met en, als de patiënt thuis kan blijven, over de verzorging van de patiënt. Belangrijke elementen zijn:

  • herkenningspunten bieden (klok, kalender, foto's);
  • regelmatig persoon, plaats, dag en tijdstip benoemen;
  • rustig en in korte zinnen spreken, korte vragen stellen;
  • de patiënt zo min mogelijk alleen laten (zeker bij angst of paniek), de aanwezigheid van vertrouwde, rustgevende personen stimuleren;
  • bezoek beperken (aantal personen en duur van het bezoek);
  • indien van toepassing de patiënt bril en gehoorapparaat laten gebruiken;
  • zorgen voor een continue verlichting van de kamer ('s nachts gedempt licht);
  • begrip tonen voor de angst die door hallucinaties en wanen kan worden opgewekt; niet meegaan in waanideeën, duidelijk maken dat uw waarneming anders is, zonder de patiënt tegen te spreken (discussie vermijden);
  • in aanwezigheid van de patiënt niet fluisteren met derden;
  • zorgen voor voldoende vochtinname en adequate voeding.

Als patiënten tijdens een ziekenhuis opname een delier hebben doorgemaakt, is het van belang om in de thuissituatie extra alert te zijn op beginnende dementie.

Meetinstrument: Delirium Observatie Sreening (DOS) Schaal.
DOS is een meetinstrument waarmee verpleegkundigen op een delier kunnen screenen.

Delier-O-Meter
Dit is een verpleegkundige beoordelingsschaal om de ernst van een delier in kaart te brengen. De schaal levert niet een diagnose op, maar is bedoeld om dagelijks de ernst te bepalen. Zo kan het beloop of het effect van een interventie in kaart gebracht worden.



 
DOS schaal
Handreiking Ysis delier
Kenniscentrum ouderenpsychiatrie, meetinstrumenten
NHG standaard delier
Thuisarts, delier
Contactgegevens
platformouderenzorg@pvkpoh.nl
ACADEMIC JOURNALS ®
Copyright | Disclaimer