PLATFORM OUDERENZORG
Voor Praktijkverpleegkundigen & Praktijkondersteuners
Zoek in kennisbank:

Dit artikel delen via:
Decubitus
Decubitus

Gezien de herziening in de NHG standaard (april 2015) is de informatie over het ziektebeeld decubitus aangepast. De kernboodschappen van deze wijzigingen zijn:

  • Bij een patiënt die immobiel is geworden en afhankelijk is voor het verliggen/verzitten van anderen, dienen de preventieve maatregelen ter preventie van decubitus direct ingezet te worden (o.a. beperkte zitduur, wisselligging, gebruik van AD-matras en zitkussen)
  • Bij immobiele patiënten dienen de voorkeurslokalisaties van decubitus regelmatig geïnspecteerd te worden, indien nodig beleid hierop aan te passen
  • Wondbeleid bij decubitus bestaat uit necrotisch weefsel te verwijderen, reiniging, cave wondinfectie en zorg voor een vochtig wondmilieu
  • Doe ervaring op met een beperkt aantal wondproducten (meer plaats voor absorberende, niet klevende verbanden en minder verbandwissel) en maak over de keus regionale afspraken met andere behandelaars
  • Wondfactoren worden beoordeeld d.m.v. het TIME model
  • Aandacht voor pijnbestrijding

Definitie decubitus:

"Decubitus is een gelokaliseerde beschadiging van de huid en/of onderliggend weefsel, meestal ter hoogte van een botuitsteeksel, als gevolg van druk of druk in samenhang met schuifkracht" (wondenwijzer).

Oorzaak decubitus:

Decubitus wordt veroorzaakt door een combinatie van druk- en schuifkracht.

De kans neemt toe bij mensen die langdurig op bed liggen of in de rolstoel zitten met daarbij en minimale houdingsverandering. Daarnaast als er sprake is van gevoelsstoornissen, bij incontinentie en een slechte voedingstoestand.

Het is soms lastig in te schatten om onderscheid te maken tussen decubitus en vochtletsel.

Om dit te kunnen verhelderen heeft de EPUAP (European Pressure Ulcer Advisory Panel) een uitgebreid overzicht gemaakt van wond- en patiënt gerelateerde kenmerken.

Verschijnselen:

Als het onderliggend weefsel onder invloed van druk een uur of 2 verstoken blijft van bloedtoevoer is het al mogelijk dat decubitus ontstaat:

  • CAT 1: niet-wegdrukbare roodheid van de intacte huid -->behandeling: Geen lokale therapie. Bij subcutane necrotische massa: ontstaan ulcus afwachten.
  • CAT II: excoriatie of blaar -->behandeling: blaar intact laten, tenzij deze hinderlijk is. Bij kapotte blaar en excoriaties: niet-verklevend verband zoals foamverband of paraffinegaas.
  • CAT III: verlies volledige huidlaag, maar bot, pezen en spieren liggen niet bloot.
  • CAT IV: uitgebreide weefselschade of necrose aan spieren, botweefsel en steunweefsel -->behandeling: bij relatief droge wonden: niet-verklevend verband, hydrogel of hydrocolloïd. Bij verlies volledige weefsellaag; bot, pees of spier zichtbaar-->bij nattende wonden: absorberende materialen zoals alginaten, hydrofiber en schuimverbanden, afhankelijk van regionale afspraken. De NPUAP voegt er nog een vijfde categorie aan toe: niet geclassificeerd stadium, verlies volledige weefsel met onbekende diepte onbekend en waarschijnlijk diep schade. In europa valt deze categorie onder CAT IV.

Risicofactoren:

De vergrijzing en de veranderde wetgeving in de zorg, de verschuiving van intramurale naar extramurale zorg brengen de verwachting met zich mee dat het aantal patiënten in de thuiszorg dat het risico loopt decubitus te ondervinden, zal toenemen.

De risicoplaatsen voor het ontstaan van decubitus zijn: stuit, hielen, elleboog, schouders, achterhoofd, oren, heupen, enkels, wervelkolom.

Preventieve maatregelen:

Geef de volgende adviezen bij een (ten dele) immobiele patiënt:

  • Zet wisselligging en veranderde zit/lighouding iedere 3 uur in, voorkeur 30 graden-zijligging
  • Zet hulpmiddelen in zoals de papegaai, dubbel glijzeil bij verplaatsing van de patiënt en maak daarbij gebruik van een goede transfertechniek
  • Maak gebruik van een antidecubitusmatras of -zitkussen
  • Hielen vrij leggen in bed maak gebruik van een hielkussen
  • Streef naar een goede voedingstoestand
  • Indien er sprake is van incontinentie, verschoon regelmatig het incontinentie materiaal en maak gebruik van een barriëre créme
  • Voorkom druk op de benen (inzet dekkenboog) en oneffenheden zoals plooien in lakens

Aandachtspunten voor de praktijkverpleegkundige/praktijkondersteuner:

  • Pas preventie toe bij alle ouderen met een verhoogd risico op decubitus
  • Zorg voor een multidisciplinaire aanpak bij de preventie van decubitus
  • Geef voorlichting over oorzaak, beloop, preventieve maatregelen
  • Pas zo nodig de wondbehandeling aan indien de tekenen van genezing na twee weken ontbreken
  • Overleg met de wijk-verpleegkundige over de aard en frequentie van de wondbehandeling en de onderlinge taakverdeling
  • Beoordeel de wond (in dezelfde houding) tenminste 1 x per 2 weken zelf en beschrijf de wondkenmerken volgens het TIME-model, maak evt. een foto van de wond
  • Schakel zn. de ergotherapeut in voor lig- en zitadvies
  • Bij stagnerende wondgenezing overweeg consultatie van een specialist ouderengeneeskunde
  • Consulteer een diëtist indien er geen goede voedingstoestand is of bij twijfel
  • Bij stagnerende wondgenezing van decubitus CAT III of IV overweeg verwijzing naar wondexpertisecentrum, dermatoloog of chirurg
  • Verwijs naar de chirurg bij verdenking op osteomyelitis of bij een uitgebreide necrose
  • Bij pijnklachten tijdens de wondverzorging overleg met de arts om een pijnbeleid af te spreken
  • Leg afspraken, observaties en bevindingen vast in het dossier

Behandeling:

Indien er sprake is van decubitus is het van belang om een anamnese, voedingsscreening en een pijnbeoordeling af te nemen.

Classificeer en beoordeel de decubituswond op

  • Lokalisatie van de decubitus, hoe ontstaan, duur en beloop
  • Mate van mobiliteit
  • Sprake van incontinentie voor urine/faeces
  • Welke preventieve en therapeutische maatregelen zijn er al genomen
  • Sprake van vaatlijden en/of (diabetische) polyneuropathie
  • Lichamelijke toestand, ander huidletsel aanwezig
  • Voedingstoestand, evt. gewichtsverlies

Om de wond op een systematische wijze te beoordelen is het TIME-model een praktisch instrument. Wondbehandeling volgens TIME richt zich op elke fase van de wondgenezing, daar dient de behandeling op afgestemd te worden.

T= Tissue, vitaal of niet vitaal weefsel (vitaal= rood, niet-vitaal=geel/zwart)
I=  Infection, is er sprake van een infectie?
M= Moisture, is er sprake van een droge, vochtige of natte wond?
E= Edge, (wondranden intact of niet intact, wondomgeving verweekt, droog)

De Bradenschaal is een eenvoudig meetinstrument om het risico op decubitus in te schatten en omvat 6 items:

  • waarneming van pijn en ongemak
  • vochtigheid van de huid
  • activiteit
  • mobiliteit
  • voeding
  • wrijving en schuiven.

Een maximumscore bedraagt 23 punten. Hoe minder punten, hoe groter het risico op decubitus. Een score lager dan 17 duidt op een verhoogd decubitusrisico.

Literatuur:

Handboek wondzorg, Wit-Gele kruis 2e herziende druk

Eenvoud in de complexe wondzorg 2e druk H. Post

 



 
Bradenschaal
Landelijke multidisciplinaire richtlijn decubitus
NHG Standaard
Thuisarts decubitus
Wondenwijzer, decubitus
Contactgegevens
platformouderenzorg@pvkpoh.nl
ACADEMIC JOURNALS ®
Copyright | Disclaimer