PLATFORM OUDERENZORG
Voor Praktijkverpleegkundigen & Praktijkondersteuners
Zoek in kennisbank:

Dit artikel delen via:
Melanoom
Melanoom

Oorzaak:

Een melanoom ontstaat uit de melanocyten in de huid, dat zijn de pigmentcellen. In veel gevallen zat er op de plaats waar het melanoom ontstaat al een moedervlek, maar dit is niet altijd het geval. Een melanoom groeit vervolgend door in de diepere lagen van de huid. Melanomen kunnen zich op veel verschillende plaatsen in de huid ontwikkelen. Bij vrouwen komen melanomen iets vaker voor op de romp en de benen en bij mannen iets vaker op de romp en in het hoofd/halsgebied. Melanomen kunnen ook op behaarde plaatsen voorkomen en in het slijmvlies van de oogleden. In uitzonderlijke gevallen kan er een melanoom ontstaan in een orgaan, want ook daar komen geringe aantallen melanocyten voor. Ook kan het soms in een lymfeklier ontstaan zonder dat er ergens een zichtbaar melanoom is. Dit kan er op wijze dat er eerder een melanoom is geweest, maar dat het lichaam dit zelf heeft opgeruimd. Net als andere vormen van kanker kan een melanoom uitzaaien en zorgen voor metastasen. Bij melanomen kunnen uitzaaiingen ontstaan door de vorming van satellieten. Satellieten zijn uitzaaiingen op de huid rondom de primaire tumor. Als metastasen tussen de primaire tumor en het lymfekliergebied ontstaan worden deze intrasitmetastasen genoemd. Deze intrasitmetastasen kunnen zowel in de huid als onder de huid ontstaan. Niet alle melanomen zijn donker gekleurd. In een enkel geval kunnen kwaadaardige melanocyten geen pigment meer vormen. Dit type melanoom wordt amelanotisch genoemd. Er zijn een aantal risicofactoren die het ontstaan van melanomen kunnen beïnvloeden: - Licht huidtype; - Zonverbranding op kinderleeftijd; - Atypische moedervlekken (zeer groot en aangeboren); - Erfelijke aanleg. Als de diagnose dat het om een melanoom gaat bevestigd is na nader onderzoek wordt de Breslow-dikte bepaald. Dit is de dikte van het melanoom uitgedrukt in tienden van millimeters. Aan de hand van deze waarden is er een stadiumindeling opgesteld. Deze indeling is van belang voor het inschatten van de prognose en het bepalen van de behandeling: - Stadium 1: melanoom met een Breslow-dikte van 1 millimeter of kleiner met zweervorming of een melanoom met een Breslow-dikte van 2 millimeter of kleiner zonder zweervorming; - Stadium 2: melanoom met een Breslow-dikte groter dan 1 millimeter met zweervorming of een melanoom met een Breslow-dikte groter dan 2 millimeter zonder zweervorming; - Stadium 3: melanoom met regionale metastasen zonder metastasen in andere organen; - Stadium 4: melanoom met metastasen in andere organen. Een melanoom kan op jonge leeftijd ontstaan, maar ook op latere leeftijd. Bij oudere patiënten zijn de overlevingskansen na het ontdekken van een melanoom kleiner dan bij patiënten jonger dan 65 jaar. Dit geldt voor alle stadia. Vaak is het zo dat een melanoom bij ouderen laat ontdekken of herkennen. Mogelijk dat dit komt door een slechte visus, afgenomen flexibiliteit en een sociaal isolement.

Diagnose:

Bij het vermoeden van een melanoom zal de huisarts de patiënt naar een specialist verwijzen, vaak een dermatoloog. Door middel van dermatoscopie en/of diagnostische excisie zal de diagnose dan gesteld worden. Bij een dermatoscopie zal de specialist met een vergrootglas het pigmentpatroon in de huid bekijken. Als het vermoeden bevestigd wordt dat het om een melanoom gaat dan is altijd weefselonderzoek nodig. Dit is de diagnostische excisie. Hierbij zal het gehele melanoom verwijderd worden waarna de patholoog het weefsel zal onderzoeken en de definitieve diagnose gesteld kan worden.

Verschijnselen:

  • Moedervlek die dikker en/of groter wordt;
  • Moedervlek die van kleur verandert;
  • Moedervlek die van vorm verandert doordat de rand onregelmatig wordt;
  • Jeukende moedervlek;
  • Bloedende moedervlek;
  • Zweertje of korstje op een moedervlek;

Zorgproblemen bij ouderen:

  • Comorbiditeit;
  • Angst;
  • Visus (later ontdekken van melanoom);
  • Pijn;
  • Zelfzorg.

Aandachtspunten voor praktijkondersteuners / praktijkverpleegkundigen:

  • Inspectie van de huid/(afwijkende) moedervlekken;
  • Voorlichting van patiënt;
  • Psychosociale gevolgen en moeheid.

Behandeling:

De behandeling van borstkanker bij ouderen is grotendeels afhankelijk van de comorbiditeit en het stadium waarin het melanoom wordt ontdekt. De eerste stap in de behandeling is altijd het verwijderen van het melanoom. Daarna wordt nog het litteken van de eerdere excisie samen met een deel van het omliggende weefsel verwijderd. De hoeveelheid huid die moet worden verwijderd is afhankelijk van de grootte van het melanoom en hoe dik het melanoom is. In sommige gevallen ontstaat door de hoeveelheid huid die de specialist weg moet nemen een operatiewond die niet kan worden gesloten. De chirurg zal deze wond herstellen door een stukje huid te transplanteren. Bij sommige patiënten zullen ook de metastasen operatief verwijderd. Dit is echter afhankelijk van het type metastase en alleen mogelijk als de metastasen gemakkelijk verwijderd kunnen worden.

Als een melanoom niet operatief verwijderd kan worden kan er gekozen worden voor gerichte medicamenteuze behandeling. Dit wordt geïsoleerde perfusie genoemd. Er wordt dan een combinatie van cytostatica en medicatie die de bloedvaten van het melanoom blokkeren (tumor necrosis factor) gebruikt. Als er sprake is van uitzaaiingen wordt er chemotherapie overwogen. Vaak is dit een palliatieve behandeling. Bij plaatselijke uitzaaiingen kan er bestraling worden toegepast. Het belangrijkste in de behandeling van ouderen een melanoom is om de diagnose zo vroeg mogelijk te stellen en een zo effectief mogelijke behandeling te starten. In principe zal, als de comorbiditeit dit toelaat, de behandeling hetzelfde zijn als bij jongere patiënten.

Preventie:

  • Goede bescherming van de huid tegen zonverbrandingen;
  • Zelfcontrole van moedervlekken.

Literatuur

  • Toth-van den Berg, J. (2004) Oncologie-Hulpboek voor verpleegkundigen en andere hulpverleners, Bohn Stafleu van Loghum
  • Meijden, van der, W.A.G., van Bruchem-Visser, R., Bing Thio, H. & van der Cammen, T.J.M. Casuïstiek: Melanomen bij ouderen ernstiger. Ned. Tijdschr. Geneeskunde.


 
Huidinformatie, melanoom
KWF melanoom
Landelijke oncologische richtlijn melanoom
Landelijke richtlijn melanoom 2012
Thuisarts, melanoom
Contactgegevens
platformouderenzorg@pvkpoh.nl
ACADEMIC JOURNALS ®
Copyright | Disclaimer