PLATFORM OUDERENZORG
Voor Praktijkverpleegkundigen & Praktijkondersteuners
Zoek in kennisbank:

Dit artikel delen via:
Slechthorendheid
Slechthorendheid

Oorzaak:

Voor de praktijk is het handig om de weg van het geluid te volgen: - De gehoorgang is de entree voor het geluid. Oorsmeer of pus of een corpus alienum (wattip!) kan het geluid belemmeren . Gehoorapparaatdragers hebben eerder cerumenproppen en otitis externa . - Het middenoor (trommelvlies, gehoorbeenketen) geleidt het geluid en versterkt het. Zijn er verliezen in dit traject dan heet dat geleidingsdoofheid. Perforatie, middenoorontsteking, otosclerose maar ook de gewone verkoudheid (tijdelijk) zorgen hier voor gehoorverlies. - Daar waar het geluid wordt ontvangen, in het slakkenhuis / binnenoor, en omgezet in elektrische signalen die verdergaan naar de hersenen: daar zit de perceptiedoofheid . Presbyacusis valt daaronder, maar ook lawaaidoofheid of beschadiging door medicijnen. Bij presbyacusis (door stugger worden van de gehoorbeentjes) gaan vooral de hoge tonen verloren door afname van het aantal haarcellen. Die hoge tonen hoor je amper bewust, maar die maken het mogelijk om geluiden van elkaar te onderscheiden. Dat maakt verstaan in een lawaaiige omgeving zo moeilijk, je pikt dat ene geluid er niet meer zo makkelijk uit. Bijzondere oorzaken zijn otosclerose (erfelijk), jongdoven (erfelijk), lawaaidoof (arbeidsomstandigheden). Als gevolg van het ouder worden verandert de structuur van de gehoorgang; het kraakbeen van de gehoorgang verliest aan stevigheid, waardoor de diameter op plaatsen kleiner wordt.

Verschijnselen / gevolgen:

Waaraan merkt je het: je haalt makkelijker medeklinkers door elkaar, bijvoorbeeld d en b. Mensen klagen erover dat anderen zo onduidelijk spreken. Het helpt wel als je naar iemands mond kijkt.

Slechthorendheid heeft een grote impact op het leven van ouderen.  Risico op sociaal isolement, eenzaamheid, depressie, angst en achterdocht. (Dit wordt vaak ten onrechte verward met geestelijke achteruitgang door bijvoorbeeld dementie).

De oudere kan ontmoedigd raken om telkens aan te geven iets niet goed te kunnen horen.Oorsuizen begeleidt gehoorverlies nogal eens: dat geeft veel verdriet en er zijn weinig behandelingen.

Aandachtspunten voor praktijkondersteuners / praktijkverpleegkundigen:

De praktijkondersteuner / praktijkverpleegkundige  kan een probleem van het horen signaleren, ook zonder uitgebreide scholing en met weinig hulpmiddelen.  Vooral bij mensen thuis is dat handig.

Is de TV op de gang al te horen?  Is iemands stem erg monotoon en / of luid?  Geeft iemand geregeld een antwoord dat niet klopt met de vraag? Let dan op mogelijke doofheid.

In de omgang met de slechthorende gelden regels die lijken op die van de omgang met mensen die onze taal niet beheersen:

  • Neem voldoende tijd voor een gesprek
  • Langzamer praten, niet per se harder
  • In korte zinnen spreken
  • Oogcontact houden, het gezicht in het licht en geen hand voor de mond
  • Verklein de afstand tot de oudere (1 tot 2 meter) en op dezelfde hoogte communiceren
  • Gebaren als ondersteuning
  • Vraag of patiënt belangrijke informatie kan herhalen
  • Vermijd achtergrondgeluid ( niet iedereen zet de TV uit als je op bezoek komt)
  • Ouderen hebben vaak meer tijd nodig om informatie te verwerken
  • Maak gebruik van schriftelijke informatie
  • Betrek ouderen bij het gesprek, voorkom gevoelens van buitensluiting
  • Houd papier en pen bij de hand, zodat je iets kunt opschrijven wanneer je boodschap echt niet wordt gehoord

Met otoscoop, stemvork en audiometer kun je goed accuraat onderzoek doen, maar het is wel nodig om het regelmatig toe te passen voor het behoud van de vaardigheid.

Een audiometer mag tegenwoordig toch wel als standaard worden beschouwd.  Dat instrument is voor screeningsdoeleinden prima geschikt en sluit ook aan bij criteria voor vergoedingsregelingen van de verzekeraar.  De fletcherindex , het gemiddelde dB verlies bij 1000, 2000 en 4000 Hz dient meer dan 35 dB te bedragen wil de patient voor een hoortoestel in aanmerking komen.

Met een stemvork kun je onderscheid maken tussen geleidings- en perceptiedoofheid; met de proeven volgens Weber en Rinne kom je meestal goed uit de voeten. Deze proeven zijn makkelijk aan te leren.

Heeft iemand al een apparaat dan kan er nog van alles mis gaan: uitgeschakeld, batterij op, afgesloten gehoorgang of afgesloten slangetje van het hoortoestel.  Veel ouderen hebben een hoorapparaat maar gebruiken het om deze redenen niet. Ook hierbij kan de praktijkondersteuner/praktijkverpleegkundige nuttig ingrijpen.

Een weetje: het trommelvlies van een apparaatdrager perforeert makkelijker bij uitspuiten. Probeer dus cerumen eerst met een lusje te verwijderen.

Nog een weetje: de versterking van een hoortoestel wordt begrensd door de pijngrens. Het geluid kan dan wel harder, maar dat is niet meer te verdragen.

Behandeling:

Een hoortoestel aanmeten doet bij voorkeur de audiciën of de KNO arts of de audioloog. Sommigen van hen zijn ook bereid aan huis te komen. De praktijkondersteuner / praktijkverpleegkundige  kan regelen dat dat gebeurt, zo nodig. Bij klachten : bekijk het apparaat; kijk in de gehoorgang.

Voor een snelle indruk kun je de nationale telefoonhoortest  doen zie website.

De praktijkondersteuner / praktijkverpleegkundige  kan ook adviseren een kale ruimte wat te bekleden, waardoor storende geluiden worden gedempt. Soms is het aanvragen van hulpmiddelen nodig (flitsbel, telefoon met knipperlicht, oortelefoon of ringleiding voor radio en tv, wekker).

Het is een misverstand dat je lui zou worden door een hoortoestel. Goed onderzoek heeft bewezen dat het juist verstandig is vlot te beginnen met een hoortoestel (als er tenminste een indicatie is).

Literatuur:

  • Handboek diagnostische verrichtingen in de huisartenspraktijk,  Prelum 2012,
  • blz 128-134 : Screeningsaudiometrie blz 123-127:  Stemvorkproeven
  • Aanpak hoorzorg ouderen, de Laat; artikel uit de Praktijk (2010, nummer 4)
  • (H)oren  Bijblijven 2012-2 BSL Houten
  • Geriatrie R.J. Schim van der Loeff-van Veen, Hfst Slechthorendheid  en Hoorapparaten P 177-184


 
Effectieve ouderenzorg stappenplan 1ste lijn
Nationale gehoortest
NHG standaard slechthorendheid
Oorakel informatie voor patienten
Stichting hoor mij
Thuisarts, hoorklachten
Contactgegevens
platformouderenzorg@pvkpoh.nl
ACADEMIC JOURNALS ®
Copyright | Disclaimer