PLATFORM OUDERENZORG
Voor Praktijkverpleegkundigen & Praktijkondersteuners
Zoek in kennisbank:

Dit artikel delen via:
Slaapstoornissen
Slaapstoornissen

Oorzaak /diagnose:

Definitie WHO: Klachten over slechte slaapkwaliteit of slaapkwantiteit waarbij het functioneren overdag negatief wordt beïnvloed. Slecht slapen betekent moeilijk inslapen (meer dan 30 minuten nodig om in te slapen), slecht doorslapen of te vroeg wakker worden. Hoe ouder mensen worden, hoe meer kans ze hebben op het krijgen van slaapproblemen. 50% van de mensen die hiermee naar de huisarts gaat, is 65 jaar en ouder, maar lang niet iedereen met slaapproblemen gaat naar een arts. Slaapproblemen met ouderen kunnen leiden tot: - Gevaar voor letsel door een val, het zich verslikken, een ongeluk in het verkeer - Het eerder lijden aan geheugenverlies - Kans op humeurig zijn, last van stemmingswisselingen - Sneller verkouden worden door mindere weerstand - Risico op hypertensie en hartaandoeningen.

Oorzaken:

Bij het ouder worden verandert de biologische klok: veel ouderen voelen eerder op de avond de behoefte om te gaan slapen en zijn over het algemeen eerder in de ochtend wakker. Het mechanisme dat de biologische klok op gang houdt, bevindt zich in de hypothalamus.  Bij ouderen neem de neurale activiteit af en vlakken de productiepieken van het slaapbevorderende melatonine af. Bij ouderen duurt het in slaap vallen langer. Ouderen hebben ook een kortere deltaslaap (diepe slaap) en ook de REM-slaap[1] duurt minder lang. En verder zijn er meer onderbrekingen. De totale duur van de slaap neemt af (5 tot 6 uur) terwijl de tijd die de oudere in bed doorbrengt in de regel toeneemt.

Veelvoorkomende beïnvloedende factoren bij slaapproblemen:

  1. Inactiviteit en psychosociale factoren
  2. Veranderde leefomgeving
  3. Verkeerde opvattingen over wat normaal is

Het zorgen maken over de slaap zelf kan al reden zijn voor slechter slapen.

Bij aandoeningen als dementie, hartfalen, depressie, restless legs, gastro-oesofagale reflux en een delier leiden de symptomen vaak tot slapeloosheid. Het gaat hierbij om symptomen als onrust, pijn, dyspnoe en nycturie. Bewegingsbeperkingen (bij Parkinsonpatiënten bijv.) kunnen het omdraaien in bed bemoeilijken, waardoor weer pijn en discomfort ontstaat.

Slaapapneu onder ouderen komt frequent voor, ongeveer 75% van de ouderen heeft meer dan tien apneuperioden per uur die meestal worden veroorzaakt door het obstructief slaapapneusyndroom (OSAS). OSAS kan ook tot verhoging van de bloeddruk leiden met een toenemende kans op atherosclerose en dat kan tot een beroerte leiden. Verschijnselen OSAS overdag:

  • Intens gevoelde vermoeidheid
  • Hoofdpijn
  • Arrythmieën
  • Hypertensie
  • Droge mond
  • Brandend maagzuur (door overdruk in de borstholte)

Behandeling:

  • Achterliggende oorzaak onderzoeken en indien mogelijk behandelen; advies geven
  • Slaapmiddelen bestrijden alleen een symptoom en zijn meestal ongeschikt voor ouderen (risico stapeling, afname concentratie, onrust e.d.).  Soms wel geïndiceerd, bijv.  angst bij dementie of depressie, maar dan is meestal een lagere dosering voldoende. Slaapmiddelen leiden tot gewenning en kunnen interacteren met andere medicijnen en alcohol.

Aandachtspunten voor de praktijkverpleegkundige:

Herkennen van slaapproblemen; vragen bij onderzoek:

  • Voelt u zich bij het ontwaken uitgerust?
  • Hoeveel uur slaapt u?
  • Slaapt u ook overdag, wanneer?
  • Hoe laat gaat u naar bed?
  • Hoe laat staat u op?
  • Ben u 's nachts wel eens onrustig? Zo ja, kunt u omschrijven wat u voelt? (bijv. pijn, onrustige benen, benauwdheid)
  • Hoeveel last (op schaal van 0-10) heeft u van het probleem?

Adviezen voor leefwijze:

  • Niet langer dan acht uur in bed blijven liggen
  • Overdag activiteiten plannen, waarbij vooral ook de avonden moeten worden ingevuld
  • Minder/geen stimulerende middelen als nicotine, cafeïne en alcohol voor het slapengaan
  • Beker warme melk voor het slapen gaan
  • In bed geen tv kijken, slaapkamer donker maken, rustige kamer, comfortabele temperatuur, voldoende zuurstof en schoon beddengoed.
  • Bij incontinentie: gebruik van superabsorberend incontinentiemateriaal waarmee je door kunt slapen
  • Zelfde tijdstippen aanhouden voor het naar bed gaan en opstaan
  • Ontspanningsoefeningen leren toepassen
  • Een ritueel kan helpen: avondwandeling, warme douche, huidverzorging.
  • Volg eventueel een slaapcursus (via de thuiszorg)

Na literatuuronderzoek heeft het NHG (2008/2009) geconcludeerd om geen melatonine[2]  voor te schrijven in de eerste lijn.

Benzodiazepines zijn medicijnen die ervoor zorgen dat de patiënt rustiger wordt of beter kan slapen.  Er bestaan veel verschillende benzodiazepines. Ze hebben allemaal een naam die eindigt op pam, zoals diazepam, oxazepam of temazepam. Vanwege risico op verslaving is het belangrijk ze maar kort te gebruiken (op voorschrift arts): paar dagen, liefst niet langer dan een week.

[1] Slaapstadium waarbij de slaap meer naar de oppervlakte komt: meer lichaamsbeweging en snelle oogbewegingen. Bloeddruk, polsslag, ademhaling en lichaamstemperatuur nemen weer toe

[2] Melatonine is een hormoon dat bij mensen in de epifyse (pijnappelklier) geproduceerd wordt uit serotonine en in een met de tijd van de dag variërende hoeveelheid aan het bloed en het hersenvocht wordt afgegeven

Literatuur:

  • Geriatrie - R.J. Schim van der Loeff-van Veen 2012, ISBN 9789031391486 Hoofdstuk 7


 
NHG standaard slaaproblemen
Omnio, somnio
Thuisarts, slaapstoornissen
Contactgegevens
platformouderenzorg@pvkpoh.nl
ACADEMIC JOURNALS ®
Copyright | Disclaimer