PLATFORM OUDERENZORG
Voor Praktijkverpleegkundigen & Praktijkondersteuners
Zoek in kennisbank:

Dit artikel delen via:
Atriumfibrilleren
Atriumfibrilleren

Het ziektebeeld atriumfibrilleren is aangepast vanwege de herziening NHG in sept 2017.

Kernboodschappen:

  • De diagnose wordt gesteld op basis van het ECG
  • Bij elke bloeddrukmeting letten op hartritme
  • Verlaging van hartfrequentie heeft meestal de voorkeur bij de oudere patiënt boven herstel van het sinusritme
  • Atriumfibrilleren verhoogt het risico op een trombo-embolie, vooral een ischemisch CVA
  • Bij het voorschrijven van orale anticoagulantie is hoge leeftijd op zichzelf geen contra-indicatie
  • Jaarlijks evalueert de huisarts of de anti-trombotische behandeling nog adequaat is
  • Op basis van de risicoscore (CHA2DS2-VASc) wordt het risico op een ischemisch CVA bij patiënten met atriumfibrilleren bepaald
  • Bij vrijwel alle patiënten ouder dan 65 jaar met atriumfibrilleren zijn orale anticoagulantia geïndiceerd; alleen bij mannen jonger dan 75 jaar en zonder cardiovasculaire comorbiditeit is antitrombotische medicatie niet noodzakelijk.

    Belangrijkste wijziging.

    Bij de medicamenteuze behandeling van atriumfibrilleren vormen cumarinederivaten en directe anticoagulantia (DOAC’s, ook wel NOAC’s) een gelijkwaardig alternatief. Terughoudendheid met DOAC’s is geboden bij kwetsbare ouderen, patiënten met een verminderde nierfunctie en bij patiënten met een mogelijk slechte therapietrouw.

    Definitie atriumfibrilleren:

     “Atriumfibrilleren is de meest voorkomende ritmestoornis van het hart. De stroom gaat niet meer netjes vanuit de sinus- naar de AV knoop. In plaats daarvan ontstaan er op verschillende plaatsen in de atria (boezems) elektrische stroompjes waardoor de bovenkant van het hart niet efficiënt kan samentrekken”.

    Het ritme is volledig onregelmatig en meestal versneld.

    Atriumfibrilleren moet worden onderscheiden van atriumflutter, waarbij de atria eveneens snel contraheren. Het ritme is hierbij echter regelmatig. Atriumflutter komt minder vaak voor en wordt meestal door de cardioloog behandeld.

    Indien bij atriumfibrilleren geen onderliggende causale pathologie wordt gevonden, spreekt men van lone atrial fibrillation. Deze diagnose kan alleen na cardiologisch onderzoek worden gesteld.

  • Atriumfibrilleren: hartritmestoornis waarbij het ritme volledig onregelmatig en meestal versneld is
  • Eerste aanval van atriumfibrilleren: de aandoening is niet eerder bij de patiënt vastgesteld
  • Paroxismaal atriumfibrilleren (PAF): herhaalde aanvallen van atriumfibrilleren die niet langer dan zeven dagen bestaan
  • Persisterend atriumfibrilleren: de aandoening bestaat langer dan zeven dagen
  • Permanent atriumfibrilleren: de aandoening bestaat langer dan zeven dagen en de ritmestoornis wordt geaccepteerd door patiënt en arts.

    Cijfers/feiten:

    Ruim de helft van de patiënten met atriumfibrilleren is ouder dan 75 jaar. De prevalentie is in alle leeftijdsklassen onder mannen hoger dan onder vrouwen. Toch is het aantal vrouwen en mannen met atriumfibrilleren ongeveer gelijk, omdat er meer oudere vrouwen zijn.

    Boezemfibrilleren komt vaker voor bij ouderen. Meer dan 18% van de 85-plussers heeft er last van.

    Oorzaken:
    Atriumfibrilleren is vaak het gevolg van een onderliggende aandoening zoals hartfalen, hypertensie, hartkleplijden of coronair lijden. Alhoewel deze ritmestoornis onschuldig lijkt door het minder acute karakter brengt het wel degelijk risico's met zich mee. Er is een tot vijfmaal verhoogde kans op trombo-embolische complicaties. Deze comorbiditeit bepaalt mede het beleid bij een patiënt met atriumfibrilleren.

    Risicofactoren:

  • Hypertensie
  • Diabetes mellitus
  • Hartklepafwijkingen
  • Ischemische hartziekten

    Uitlokkende factoren:

  • Na myocard infarct
  • Koorts
  • Anemie
  • Alcohol, koffie en drugsgebruik
  • Sommige medicatie
  • Hyperthyroidie
  • Fysieke inspanning en stress
  • Zeldzame aandoening: metabole stoornissen en congenitale hartafwijkingen

    Klachten:

  • Onregelmatige hartslag
  • Hartbonken
  • Transpireren
  • Duizeligheid

    Diagnostiek:

  • Anamnese afnemen en verrichten van lichamelijk onderzoek:

  • Bloeddrukmeting

  • Auscultatie van het hart

  • Let op tekenen van hartfalen

    Aanvullend onderzoek:

  • ECG
  • Holter-registratie
  • Eventrecorder
  • Laboratoriumonderzoek
  • Echografie bij vermoeden van hartklepafwijkingen en hartfalen

    Behandeling:

  • Voorlichting en advies
  • Medicamenteuze behandeling (anti-stollingsmiddelen)
  • Monitoring /controle
  • Indien noodzakelijk verwijzing cardioloog (cardioversie, ablatie, soms een operatie)

    Zorgproblemen bij ouderen:

  • Comorbiditeit
  • Valproblematiek
  • Vermoeidheid

    Aandachtspunten voor de praktijkverpleegkundige/praktijkondersteuner:

  • Atriumfibrilleren kan ook symptoomloos verlopen, daarom tijdens bloeddrukmeting altijd hartfrequentie en hartritme observeren
  • Bij patiënten bekend met atriumfibrilleren handmatig de bloeddruk meten, automatische bloeddrukmeters kunnen een onjuiste uitslag geven door een onregelmatige polsslag
  • Extra aandacht en controle bij ouderen met valgevaar die antistolling medicatie gebruiken (verhoogd risico op overlijden).


 
Boezemfibrilleren
Hartstichting, atriumfibrileren
NHG standaard atriumfibrilleren
NHG standaard samenvatting atriumfibrilleren
Thuisarts, atriumfibrilleren
Contactgegevens
platformouderenzorg@pvkpoh.nl
ACADEMIC JOURNALS ®
Copyright | Disclaimer