PLATFORM OUDERENZORG
Voor Praktijkverpleegkundigen & Praktijkondersteuners
Zoek in kennisbank:

Dit artikel delen via:
Prostaatcarcinoom
Prostaatcarcinoom

Oorzaak:

Geschat wordt dat de meeste mannen van boven de 80 prostaatcarcinoom hebben. Alleen al daaruit kun je afleiden, dat de meeste patienten met prostaatcarcinoom wel met, maar niet door prostaatcarcinoom overlijden. Het is niet bekend waardoor prostaatcarcinoom wordt veroorzaakt; preventie is dan ook niet mogelijk. Tot nu toe is het bovendien nog niet aangetoond dat vroege opsporing de kansen voor de patient verbetert, hoe graag we dat ook zouden willen. Zoals vaker bij vroege ontdekking van gemene ziekten: hoe eerder de ziekte wordt ontdekt, hoe langer je patient bent tot aan het gelijkblijvende tijdstip van het overlijden. Er is een familiaire component: als een van je naaste verwanten het heeft, is jouw kans verhoogd om prostaatkanker te krijgen.

Verschijnselen:

Hoewel de meeste mictieklachten bij mannen geen verband houden met prostaatcarcinoom, is die aandoening toch ondergebracht in de standaard Mictieklachten bij mannen. Dat zal wel komen doordat veel mensen dat verband wel leggen, dat leidt tot spreekuurbezoek en onderzoek en zo ook tot het (bij toeval) ontdekken van prostaatcarcinoom, of "nu ik er toch ben dokter" tot een vraag naar screening / vroegdiagnostiek. De algemene gedachte is: hoe vroeger je er bij bent hoe beter het is, helaas is dat niet zonder meer waar.

De klachten bij prostaatcarcinoom zijn niet specifiek voor de aandoening. De diagnose komt tot stand door screening, door nader onderzoek bij klachten (plasproblemen, impotentie, bloed in de urine, uitzaaiingen in de botten). De meest gebruikte bepaling is de PSA ( een normale PSA kan toch samengaan met prostaatcarcinoom in een beginstadium).

Aandachtspunten voor praktijkondersteuners / praktijkverpleegkundigen:

Nu nog is de taakverdeling eerste-tweede lijn zo, dat de patienten vanuit het ziekenhuis worden behandeld. Het is denkbaar dat in de toekomst meer oncologische zorg bij de praktijkverpleegkundige terechtkomt: bij het monitoren van de stabiele patient en ook bij (het coordineren van) de palliatieve zorg. Nu worden hormooninjecties (van een speciaal type spuit) nog vaak gegeven door gespecialiseerde verpleegkundigen, maar dat is helemaal niet nodig.

Behandeling:

Bij niet-agressieve vormen van prostaatkanker is niet behandelen en bewaken ook een optie. Bij een levensverwachting van minder dan 10 jaar heeft therapie geen invloed op de levensverwachting. Bij jongeren, en ook bij uitzaaiingen, heeft behandeling waarde. Het hele oncologische spectrum aan behandelingen beschikbaar: chirurgie, radiotherapie, hormonale therapie, chemotherapie.



 
CBO-richtlijn prostaatcarcinoom
Informatie over prostaatonderzoek
NHG standaard mictieklachten
Prostaatkankerstichting
Thuisarts, prostaatkanker
Contactgegevens
platformouderenzorg@pvkpoh.nl
ACADEMIC JOURNALS ®
Copyright | Disclaimer