PLATFORM OUDERENZORG
Voor Praktijkverpleegkundigen & Praktijkondersteuners
Zoek in kennisbank:

Dit artikel delen via:
Verdachte huidafwijkingen
Verdachte huidafwijkingen

Verdachte huidafwijking

Voor de meest voorkomende vormen van huidkanker worden in de NHG-Standaard “verdachte huidafwijkingen” aanbevelingen gegeven voor de diagnostiek en behandeling.

In de media verschijnen geregeld berichten over het groeiend aantal patiënten met huidkanker. De incidentie stijgt door een toename van de levensverwachting en cumulatieve blootstelling aan de zon en zonnebanken. De huisarts speelt een belangrijke rol bij een tijdige herkenning en adequate behandeling. Aanleiding voor het ontwikkelen van deze nieuwe standaard is dat huisartsen steeds vaker worden geconfronteerd met vragen over mogelijk (pre)maligne huidafwijkingen.

Definitie verdachte huidafwijkingen:

“Huidafwijking waarbij volgens de huisarts sprake zou kunnen zijn van een premaligne (actinische keratose, ziekte van Bowen, lentigo maligna en de atypische/dysplastische naevus) of maligne (basaalcelcarcinoom, plaveiselcelcarcinoom en melanoom) huidafwijking. Het kerato-acanthoom wordt beschouwd als een plaveiselcelcarcinoom”.

Cijfers:

Huidkanker is de meest voorkomende vorm van kanker in Nederland met name bij oudere patiënten, de incidentie neemt in alle leeftijdsgroepen toe. De vraag aan de huisarts over een verdachte huidafwijking steeg van 61 per 1000 in 2000 naar 94 per 1000 in 2010. Het aandeel van huidkanker in deze consulten is gestegen van 1 op de 18 in 2000 naar 1 op de 10 in 2010.

Oorzaak:

De belangrijkste oorzaken van premaligne en maligne huidafwijkingen zijn overmatige blootstelling aan zonlicht en zonverbranding waardoor het risico aanzienlijk is verhoogd om in de toekomst meer premaligne of maligne huidafwijkingen te krijgen.

Kernboodschappen:

  • Onderscheid maken tussen benigne en (pre)maligne huidafwijkingen vervolgens stappenplan. Het oppervlak en kleur bepalen tot welke groep differentiaaldiagnoses de afwijking behoort. Verifieer de diagnose bij een diagnose á vue.
  • Bij een sterk vermoeden op hoogrisico basaalcelcarcinoom, -ziekte van Bowen, plaveicelcarcinoom, kerato-acanthoom of melanoom doorverwijzen dermatoloog.
  • De keuze tussen zelf behandelen of door te verwijzen gaat in samenspraak met de patiënten met een vermoeden van een actinische keratose, of een basaalcelcarcinoom, of de ziekte van Bowen, beide zonder hoog risicokenmerken.
  • Verricht voorafgaand aan behandeling in de huisartsenpraktijk histopathologisch onderzoek, omdat de histopathologische diagnose bepalend is voor het beleid. Klinische diagnose volstaat bij een sterk vermoeden van een actinische keratose of een atypische naevus.
  • Histopathologisch onderzoek vindt plaats in de vorm van een stansbiopt. Bij verdachte moedervlekken is ter uitsluiting van een melanoom een diagnostische excisie geïndiceerd.
  • Het bestaan van meerdere verdachte huidafwijkingen kan een reden zijn voor verwijzing naar de dermatoloog.

    Onderzoek:

    Huisarts neemt een anamnese af.

    Lichamelijk onderzoek:

    Bepaling welke groep differentiaaldiagnoses de huidafwijking behoort aan de hand van de kleur en oppervlakte met behulp van de relevante tabel. De huidafwijking wordt vergeleken met de huidafwijking in de tabel.

    Er wordt een waarschijnlijkheidsdiagnose en differentiaaldiagnose opgesteld. Inspecteer bij een verdachte huidafwijking de volledige huid, voorafgaand aan eventueel histopathologisch onderzoek en/of behandeling.

    Aanvullende onderzoek:

  • Verricht histopathologisch onderzoek bij verdachte huidafwijking

    Bepaal of er sprake is van:

  • actinische keratose
  • atypische naevus
  • basaalcelcarcinoom, hoogrisico: diameter ≥ 2 cm, en/of lokalisatie in de H-zone van gelaat en/of een recidief, en/of histopathologisch micronodulair of sprieterig groeitype
  • basaalcelcarcinoom zonder hoog risicokenmerken; nodulair of superficieel groeitype
  • ziekte van Bowen, hoog risico: diameter ≥ 2 cm en/of recidief
  • ziekte van Bowen, zonder hoog risicokenmerken
  • plaveiselcelcarcinoom
  • kerato-acanthoom
  • dysplastische naevus
  • melanoom of lentigo maligna

    Behandeling door de huisarts is mogelijk bij:

  • Actinische keratose
  • Basaalcelcarcinoom zonder hoog risicokenmerken
  • Ziekte van Bowen zonder hoog risicokenmerken

    Doorverwijzen naar de dermatoloog bij een sterk vermoeden van hoog risico basaalcelcarcinoom en – van de ziekte van Bowen, plaveiselcarcinoom, kerato-acanthoom, dysplastische naeves of melanoom.

    Aandachtspunten voor de POH/PVK:

  • Geef voorlichting en instructie voor zelfonderzoek van de huid;
  • Beperk blootstelling van de huid aan de zon en gebruik een zonnebrandcrème met minimaal beschermingsfactor 30 en een dagcrème met beschermingsfactor 15;
  • Elke drie tot zes maanden de huid inspecteren en consulteer de huisarts bij verandering van een huidafwijking;
  • Bied de patiënt voorlichtingsmateriaal aan voor instructie voor periodiek zelfonderzoek van de huid met als doel recidieven en nieuwe uitingen van huidkanker tijdig te signaleren.

     



 
Huidinformatie
Huidzieken
NHG verdachte huidafwijkingen
Thuisarts
Contactgegevens
platformouderenzorg@pvkpoh.nl
ACADEMIC JOURNALS ®
Copyright | Disclaimer