PLATFORM OUDERENZORG
Voor Praktijkverpleegkundigen & Praktijkondersteuners
Zoek in nieuws:

Dit artikel delen via:
05-02-2020
Achter doodswens van ouderen schuilt zorgvraag

Zo’n tienduizend Nederlandse ouderen hebben een concrete doodswens  terwijl ze niet ernstig ziek zijn. De redenen die hiervoor worden genoemd, hebben toch vooral met lichamelijke en geestelijke gezondheidsproblemen te maken en minder met een zogenoemd ‘voltooid leven’. Dat blijkt uit het PERSPECTIEF-onderzoek van de Universiteit voor Humanistiek en het Julius Centrum van het UMC Utrecht in opdracht van het ministerie van VWS.

De afgelopen jaren is er discussie geweest over hulp bij zelfdoding aan mensen bij wie geen sprake is van ondragelijk lijden zonder uitzicht op verbetering. Dat is nu nog een wettelijke voorwaarde voor euthanasie. De vraag was of de wet niet verruimd moest worden voor mensen die niet ernstig ziek zijn, maar toch niet meer willen leven.

Voltooid leven
Een commissie onder leiding van Paul Schnabel concludeerde in 2016 dat de wet ruim genoeg was en dat waarschijnlijk maar weinig mensen buiten de reikwijdte ervan zouden vallen. Het vorige kabinet kwam desondanks met een voorstel om hulp bij zelfdoding mogelijk te maken bij een ‘voltooid leven’. Het voorstel werd door een meerderheid van de Kamer omarmd, waarbij regeringspartijen VVD en PvdA steun kregen van D66, maar vanuit de christelijke partijen was er veel kritiek.

Het nieuwe kabinet, waar ChristenUnie en CDA plaatsnamen naast VVD en D66, sprak af om geen grote besluiten te nemen op het gebied van de medische ethiek. Minister De Jonge (VWS) beloofde nog wel een onderzoek naar de omvang van de groep de en omstandigheden van mensen die een doodwens hebben, terwijl ze niet ernstig ziek zijn. Dit onderzoek is begin 2019 van start gegaan en is nu dus afgerond.

Tienduizend ouderen
Uit het onderzoek, onder ruim 21 duizend 55-plussers, blijkt inderdaad dat het om een relatief kleine groep gaat. Van de respondenten gaf 1,34 procent aan dat zij al langer dan een jaar een stervenswens hadden, zonder dat ze ernstig ziek zijn. Een derde van hen zou hulp willen bij zelfdoding, terwijl twee derde er de voorkeur aan geeft om het leven zelf te beëindigen.  

Een kleiner deel (0,77 procent) zei het afgelopen jaar serieus zelfdoding te hebben overwogen of concrete plannen hiervoor te hebben gemaakt. Dat was veelal wel voor de langere termijn. Tot slot gaf 0,18 procent van deze 55-plussers aan een actieve doodswens én een wens tot levensbeëindiging te hebben. Vertaald naar de hele Nederlandse bevolking komt dit neer op de hierboven genoemde tienduizend mensen.

Aanzienlijke gezondheidsproblemen
Een aantal dingen valt verder op in de uitkomsten van het onderzoek, dat geleid werd door Els van Wijngaarden van de Universiteit voor Humanistiek. Een aanhoudende doodswens kwam niet alleen voor in de hoogste leeftijdscategorieën, maar kwam wel een stuk vaker voor naarmate de leeftijd vorderde. Hoewel niet ernstig ziek, zeiden mensen wel aanzienlijke gezondheidsproblemen te hebben. Bij een groot deel van de respondenten was er sprake van een indicatie voor een lichte tot matige depressie. Deze groep kan daarom zeker niet worden aangemerkt als een ‘gezonde groep’, aldus de onderzoekers.

Onderzoeksleider Van Wijngaarden promoveerde in 2015 op de thematiek van ‘voltooid leven’. Zij stelde toen al dat de term een te rooskleurig beeld schetst. Ouderen die een eind aan hun leven willen maken omdat ze dat voltooid achten, voelen zich eigenlijk vooral eenzaam en overbodig, en zijn bang om afhankelijk te worden. In de gesprekken met ouderen hoorde Van Wijngaarden telkens dezelfde vijf klachten: eenzaamheid, er niet meer toe doen, het onvermogen om zichzelf te uiten, geestelijke of lichamelijke vermoeidheid en een aversie tegen afhankelijkheid. Het nieuwe onderzoek bevestigt dit nog eens.

Verlangen naar leven en dood wisselt
Uit het nieuwe onderzoek van Van Wijngaarden blijkt dat de stervenswens bij ouderen niet constant is. Veel mensen dachten het ene moment vaak en het andere moment weinig aan doodgaan. Voor bijna driekwart stond het verlangen naar de dood niet altijd op de voorgrond, maar wisselde de wens om te leven en de wens om dood te zijn elkaar af. Voor bijna de helft van de respondenten (45 procent) wogen de wens om dood te zijn en de wens om te leven in de afgelopen week ongeveer even zwaar. Op de vraag welke omschrijving het beste past bij hun doodswens, koos 70 procent voor ‘een verlangen naar een natuurlijke dood’ of ‘een verlangen om morgen niet meer wakker te worden’.

Gebukt gaan onder het leven
Ouderen met een doodswens kijken een stuk negatiever terug op het leven dan de groep die deze wens niet heeft. Ook evalueerde deze groep zowel de huidige situatie als de toekomst negatiever. Ze gaven bijvoorbeeld vaker aan ‘gebukt te gaan onder het leven’ en ‘de toekomst het liefst niet meer mee te maken’. Tegelijkertijd gaf een deel van deze groep hun leven ook positieve evaluaties. Zij scoorden bijvoorbeeld redelijk hoog op de stelling ‘ik geniet van de dagelijkse dingen’.

Gevraagd naar de factoren die hun wens tot levensbeëindiging versterken, gaven de 55-plussers het vaakst aan dat piekeren een rol speelde (81 procent). Ook lichamelijke of geestelijke aftakeling (61 procent), eenzaamheid (56 procent), ‘gevoel dat ik geen of weinig invloed heb op mijn leven’ (50 procent), ‘ziekten’ (47 procent), ‘beperkingen in mijn vrijheid’ (eveneens 47 procent) en ‘het gevoel anderen tot last te zijn’ (42) werden veel aangegeven.

Vrouwen en laagopgeleiden
In de samen stelling van de groep die een actieve doodswens heeft én een wens tot levensbeëindiging  valt ook een aantal dingen op. Vrouwen vormen twee derde van de groep. In de gehele groep met actieve doodswens was dit 56 procent. Het percentage laagopgeleide respondenten was iets hoger in de groep met een wens tot levensbeëindiging, 44 procent versus 35 procent.

Mensen met een religieuze levensbeschouwing hadden minder vaak een wens tot levensbeëindiging bij een persisterende doodswens. Opmerkelijk is dat het aantal mensen zonder kinderen en alleenwonenden binnen de groep met een wens tot levensbeëindiging lager was dan in de gehele groep met actieve doodswens. Tot slot kwamen respondenten met een wens tot levensbeëindiging vaker uit (zeer) stedelijk gebied en vaker uit de provincie Zuid-Holland.

Bron: SKIPR

Contactgegevens
platformouderenzorg@pvkpoh.nl
ACADEMIC JOURNALS ®
Copyright | Disclaimer