PLATFORM OUDERENZORG
Voor Praktijkverpleegkundigen & Praktijkondersteuners
Zoek in nieuws:

Dit artikel delen via:
2017-11-27
Minder overbehandeling door samenwerking arts en apotheker

40% van de verpleeghuisbewoners krijgt één of meer onnodige of verkeerde medicijnen*. Een hechte samenwerking tussen arts en apotheker kan dat percentage verlagen. Dat blijkt uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen en het UMCG. Samen met verpleeghuizen van het UNO-UMCG ontwikkelden de onderzoekers de ‘3MR-werkwijze’. Prof. dr. Katja Taxis, prof. dr. Sytse Zuidema en dr. Hans Wouters lichten het onderzoek en de werkwijze toe.

3MR, waar staat dat voor? 
Taxis: “De afkorting staat voor ‘Multidisciplinary Multistep Medication Review’. Het is een methode voor specialisten ouderengeneeskunde om het medicatiegebruik van oudere patiënten verantwoord te verminderen, in overleg met de apotheker.” Wouters: “De methode bestaat uit vier stappen: eerst worden de opvattingen van de patiënt in kaart gebracht met een vragenlijst. Daarna wordt het medicijngebruik van de patiënt kritisch bekeken, waarbij ook de aandoeningen van een patiënt worden meegenomen. Hierna bespreken arts en apotheker de actuele medicatie en heroverwegen ze het voorschrijven ervan. Ten slotte voert de arts de gewenste veranderingen in medicatie door en monitort hij de patiënt op eventuele negatieve effecten.”

Wat levert deze werkwijze op? 
Zuidema: “Artsen die de 3MR inzetten, bleken succesvoller in het terugdringen van het medicijngebruik dan artsen in de controlegroep. Bij hen konden vier van de tien patiënten stoppen met één of meer medicijnen, terwijl dat bij de patiënten van de andere artsen slechts bij drie van de tien lukte. De 3MR bleek effectief bij het stoppen met onnodige medicatie zonder achteruitgang in kwaliteit van leven en algemeen welbevinden van de verpleeghuisbewoners.”

Hoe kan het dat onnodige of verkeerde medicatie vrij vaak voorkomt? 
Zuidema legt uit: “De complexiteit van polyfarmacie bij ouderen wordt nogal eens onderschat. Het is bijzonder ingewikkeld om de juiste medicatie te bepalen. Specialisten ouderengeneeskunde hebben te maken met kwetsbare patiënten met vaak meerdere aandoeningen tegelijk en een lichaam dat door de ouderdom anders reageert dan een jonger lichaam. Geneesmiddelen die eerst zinvol waren, kunnen later volstrekt overbodig zijn. En medicijnen die voor de ene groep ouderen nuttig zijn, kunnen voor de andere groep ouderen schadelijk zijn.”

Kunnen jullie daar voorbeelden van noemen? 
Taxis: “Neem bloeddrukverlagers. Die medicatie werkt vaak heel goed bij 60- of 70-jarigen met een te hoge bloeddruk. Maar bij oudere ouderen kunnen diezelfde middelen meer schade toebrengen dan goed doen. Of denk aan cholesterolverlagers. Voor een optimaal effect zou je die vijf jaar moeten slikken. Maar de meeste ouderen die in het verpleeghuis komen leven niet meer zo lang. En cholesterolverlagende medicijnen kunnen bijwerkingen geven, zoals bijvoorbeeld spierpijn. Dan weegt het voordeel dus niet op tegen de nadelen.” Taxis vervolgt: “Daarnaast heb je de psychofarmaca. Dat zijn ook middelen met veel gevaarlijke bijwerkingen zoals sufheid, waardoor verpleeghuisbewoners sneller kunnen vallen.”

Hoe is de 3MR-methode getest in de praktijk? 
Wouters: “We hebben vier maanden lang verpleeghuisbewoners gevolgd met een levensverwachting van meer dan vier weken. Dat deden we op 59 afdelingen of verpleegafdelingen van verpleeghuizen. Bij de ene helft van de bewoners werd via de 3MR besloten welke medicijnen niet meer nodig waren. De andere helft van de bewoners, de controlegroep, kreeg de gebruikelijke behandeling.”

Wat is de belangrijkste uitkomst van jullie onderzoek?
Taxis: “De 3MR-methode onderstreept het belang van een goede samenwerking tussen specialist ouderengeneeskunde en apotheker.” Wouters: “Vergelijk de specialist ouderengeneeskunde, dé expert in diagnostiek en multi-morbiditeit, met een koorddanser. Bij elke patiënt moet hij of zij een heel precair evenwicht vinden tussen volledig, maar niet té volledig behandelen. Te volledig behandelen kan juist ook in het nadeel zijn van een kwetsbare bewoner, legde één van de artsen uit. De apotheker - specialist op het gebied van effectief en veilig geneesmiddelgebruik - kan daarbij fungeren als vangnet en de specialist ouderengeneeskunde ondersteunen.”

Is samenwerking tussen arts en apotheker niet allang de normaalste zaak van de wereld? 
Wouters: “Er zijn specialisten ouderengeneeskunde voor wie dit al vanzelfsprekend is. Zeker voor de jongere generatie artsen. Sommige artsen zijn nog wat huiverig voor een intensievere samenwerking, bijvoorbeeld omdat ze bang zijn dat de apotheker hun werk gaat bekritiseren. Dat is natuurlijk niet de insteek; de apotheker is er juist om de specialist ouderengeneeskunde in zijn complexe besluitvorming te ondersteunen.”

Hoe gaan jullie er nu voor zorgen dat steeds meer artsen met 3MR gaan werken?
Taxis: “We zijn onze onderzoeksresultaten nu volop aan het presenteren, zowel binnen als buiten Nederland. Door brede bekendheid aan de methode te geven, hopen we dat die uiteindelijk in de richtlijnen wordt opgenomen, wellicht in combinatie met systemen die de besluitvormingsmethodiek kunnen ondersteunen. Dat zou in mijn ogen een belangrijke zorgverbetering zijn. Uiteraard moet ons team hier verder onderzoek naar doen.”

 *Onderzoek van Professor Paul Gallagher

Bron: Universitair Netwerk Ouderenzorg - UMCG

Contactgegevens
platformouderenzorg@pvkpoh.nl
ACADEMIC JOURNALS ®
Copyright | Disclaimer