PLATFORM OUDERENZORG
Voor Praktijkverpleegkundigen & Praktijkondersteuners
Zoek in kennisbank:

Dit artikel delen via:
Zorgprobleem Polyfarmacie
Zorgprobleem Polyfarmacie

Bijna een miljoen mensen van 65 jaar en ouder gebruikt dagelijks vijf of meer medicijnen. Deze polyfarmacie kan vooral bij kwetsbare ouderen tot risico's leiden, zoals onnodige ziekenhuisopnamen. De meest frequente problemen bij ouderen met polyfarmacie zijn dat ze te veel medicijnen innemen: men gebruikt een of meer geneesmiddelen die niet, of niet meer, nodig zijn (overbehandeling). Ook wordt een ongunstige wisselwerking tussen verschillende geneesmiddelen, evenals vermijdbare bijwerkingen als probleem bij mensen met polyfarmacie gemeld. Ouderen lijden vaak aan meerdere (chronische) aandoeningen. Naarmate mensen ouder worden, verandert ook de lichaamssamenstelling; een 70-plusser heeft een 7x zo grote gevoeligheid voor bijwerkingen als een twintiger. O.a. door afname van nier- en leverfunctie. Ouderen hebben naar verhouding meer lichaamsvet waardoor lipofiele geneesmiddelen (bijv. diazepam) een langere halfwaardetijd krijgen en toxisch kunnen gaan werken. Ouderen krijgen sneller last van anticholinerge bijwerkingen zoals delier, urineretentie, droge mond en huid. Dit vooral geldt nog sterker bij mensen die lijden aan de ziekte van Alzheimer. Indien van polyfarmacie aanwezig is of indien patient een probleem ervaart met de medicatie, dan is het uitvoeren van een behandelanalyse in een multidisciplinair team door de (huis)arts en apotheker aanbevolen.

Diagnostiek:

Er is sprake van polyfarmacie bij het chronisch gebruik van vijf of meer geneesmiddelen.  Maar bij gebruik van twee medicijnen kan al nadelige interferentie plaatsvinden. Bijwerkingen kunnen bijv. zijn: hartfalen, bewustzijnsdaling, bradycardie, delier.  

Risicofactoren:

Ouderen hebben een groter risico op schade door polyfarmacie en een of meer van de volgende risicofactoren:

  • Verminderde nierfunctie
  • Verminderde cognitie
  • Verhoogd valrisico
  • Signalen van verminderde therapietrouw
  • Niet zelfstandig wonend
  • Niet geplande ziekenhuisopname

Interventie: 

Medicatiebeoordeling

Bij patienten met polyfarmacie kan een behandelanalyse worden uitgevoerd via een gestructureerd stappenplan (uit NHG praktijkwijzer ouderenzorg). Door de medicatiebeoordeling systematisch te doorlopen wordt het doelmatig en veilig medicijngebruik bevorderd. De behandelanalyse wordt door de huisarts en apotheker samen uitgevoerd

  1. Zijn er geneesmiddelen die u volgens de huidige richtlijnen moet toevoegen? (onbehandelde indicatie, preventie bijwerkingen, beperking risicofactoren). 
  2. Zijn er geneesmiddelen die u kunt stoppen? (indicatie nog aanwezig, leeftijd, bijwerkingen/interacties, contra-indicaties). 
  3. Zijn er geneesmiddelen die u moet stoppen? (contra-indicatie, verminderde nierfunctie, leeftijd, obsoleet middel, beinvloeding rijvaardigheid). 
  4. Zijn er geneesmiddelen die u kunt vervangen? (generiek, nieuwe richtlijnen NHG, bijwerkingen, rijvaardigheid). 
  5. Zijn er doseringen die u moet aanpassen? (leeftijd, therapietrouw, bijwerkingen/interacties). 
  6. Gebruikt de patient geneesmiddelen om een bijwerking van een ander middel te behandelen? 
  7. Zijn er toedieningsvormen die u kunt/moet aanpassen? (gebruiksgemak, therapietrouw, voorlichting). 
  8. Zijn er ongewenste of juist gewenste combinaties? (bijwerkingen, interacties en/of dubbelmedicatie). 

Analyse van gerapporteerde bijwerkingen

Met de causaliteitsschaal van Narnajo   kan worden nagegaan of de gerapporteerde bijwerking geassocieerd is met een bepaald geneesmiddel. De vragenlijst kan als hulpmiddel gebruikt worden als onduidelijk is of de gerapporteerde bijwerking samenhangt met de medicatie. 
De Beers-lijst  is oorspronkelijk in de Verenigde Staten ontwikkeld en omvat medicijnen die bij ouderen moeten worden vermeden. Deze lijst is voor de Nederlandse situatie aangepast. De lijst kan gebruikt worden bij de behandelanalyse om vast te stellen of de oudere geen medicatie gebruikt, die beter vermeden kan worden.

  • Vervolgens stellen apotheker en arts een farmacotherapeutisch behandelplan met prioritering op.
  • Daarna volgt de terugkoppeling naar de patient (en/of diens verzorgende) en zo nodig wordt het plan bijgesteld.
  • Follow up is nodig: afspraken tussen apotheker en arts, en met de patient binnen 3 maanden na de aanpassingen 
  • Vervolgbeoordelingen van medicatie vinden in de regel minimaal 1 x per jaar plaats

Adviezen door de praktijkverpleegkundige:

  • Indien een oudere moeite heeft met het uitzetten van de medicatie, of indien er sprake is van cognitieve stoornissen, dan kan de thuiszorg ingeschakeld worden of via de apotheek medicatie uitgezet worden. Er bestaan verschillende hulpmiddelen om een patient te herinneren aan de inname van de medicatie
  • Indien mogelijk rekening houden met de volgende aanwijzingen voor de arts:
  • Streef naar zo weinig mogelijk inname momenten per dag
  • Schrijf zo weinig mogelijk voor
  • Schrijf alleen hele tabletten voor en
  • Houd het aantal wijzigingen per keer beperkt
  • Geef wijzigingen ook altijd op schrift mee; en geef uitleg over medicatie en bijwerkingen
  • Check of er wat betreft overzicht op medicatie (medisch) regie is. Bijvoorbeeld wanneer een patient verschillende artsen bezoekt
  • Is er goede controle op herhaalmedicatie?
  • Deze aanwijzingen zo nodig inbrengen bij de arts wanneer er problemen zijn bij de patient; tijdens je consult of bezoek nagaan of er nog uitleg nodig is.  
  • Wees alert op genoemde risicofactoren en check eventuele bijwerkingen van geneesmiddelen. 

Literatuur:

  • Boek Geriatrie door R.J. Schim van der Loeff-van Veen,  ISBN 978 90 313 9148 6


 
De Praktijk 2012 Artikel Polyfarmacie
Richtlijn polyfarmacie bij ouderen
Thuisarts Polyfarmacie
Zorg voor beter
Contactgegevens
platformouderenzorg@pvkpoh.nl
ACADEMIC JOURNALS ®
Copyright | Disclaimer