PLATFORM OUDERENZORG
Voor Praktijkverpleegkundigen & Praktijkondersteuners
Zoek in kennisbank:

Dit artikel delen via:
Zorgprobleem Ondervoeding
Zorgprobleem Ondervoeding

Definitie ondervoeding:

 “Ondervoeding heeft het karakter van een geriatrisch syndroom en is daarmee een multifactoriële aandoening; ondervoeding bij de geriatrische patiënt kenmerkt zich door tenminste functieverlies en ongewenst gewichtsverlies en/of een acute of chronische disbalans tussen inname en verbruik”.
Wanneer onbedoeld gewichtsverlies optreedt bij ouderen > dan 10% in de laatste 6 maanden of > dan 5% in de laatste maand en/of BMI <20, dan is er sprake van ondervoeding.

Feiten:

In opdracht van de RIVM is er in zorginstellingen geïnventariseerd welke interventies worden ingezet om bewoners te bevorderen om goed te eten. Hieruit blijkt dat het aanbod beperkt is en niet goed aansluit bij de dagelijkse praktijk. De interventies zijn over het algemeen preventief gericht, echter 2/3 van alle 65-plussers heeft een chronische aandoening(en).
Ouderen kunnen ondervoed raken door ongezonde of door een tekort aan inname van voeding. Dit maakt ouderen vatbaarder voor ziekte wat weer van invloed is op de kwaliteit van leven. Vanwege de veranderingen in de zorg die bijdragen aan het feit dat ouderen langer thuis blijven wonen is het van belang dat ouderen zelfredzaam blijven. 
Van de thuiswonende ouderen is 12% ondervoed en van de cliënten die gebruik maken van de thuiszorg is dat 35%.

Er zijn prestatie-indicatoren ingevoerd door de inspectie voor de gezondheidszorg (IGZ) voor de kliniek, voor screening op ondervoeding (2007) en behandeling hiervan (2008).
In 2014 heeft de IGZ voor de poliklinische geriatrische patiënten de screening op ondervoeding onderdeel gemaakt van de basisset prestatie-indicatoren.
Met als doel ondervoeding terug te dringen door vroegtijdige herkenning en adequate behandeling.

Risicogroepen:

  • recent ontslagen uit het ziekenhuis
  • fysieke beperkingen
  • kwetsbare ouderen wonend in een verzorgings-/verpleeghuis
  • polyfarmacie
  • comorbiditeit (een of meerdere aandoeningen)
  • psychosociale problematiek
  • mond en slikproblematiek
  • verslavingsproblematiek

Oorzaken van ondervoeding:

1.    Somatische klachten:

  • gastro-intestinale problematiek (misselijkheid, braken, obstipatie, diarree)
  • mond en slikproblematiek
  • ziekenhuisopname/operatie
  • decubitus
  • polyfarmacie
  • smaak en reukklachten
  • chronische aandoeningen
  • fysieke afhankelijkheid
  • beperkingen in de mobiliteit

2.    Psychische klachten:

  • depressieve klachten 
  • stress gerelateerde klachten
  • cognitieve stoornissen
  • rouwverwerking

3.    Sociale problematiek:

  • alleenwonend 
  • klein sociaal netwerk
  • ontbreken mantelzorg
  • eenzaamheid
  • financiële problemen 

Gevolgen van ondervoeding:

Bij ondervoeding krijgt het lichaam minder vitamines, mineralen, eiwitten en calorieën binnen dan het lichaam nodig heeft. Het lichaam moet dan de reserve voorraden uit spier- en vetweefsel aanspreken. Met als gevolg functionele achteruitgang. 
Uiteindelijk zorgt ondervoeding voor een verhoogde mortaliteit en afname van de levenskwaliteit. 
Doordat ouderen minder eten en drinken hebben zij een verhoogd risico ondervoeding.
Het is essentieel dat er vroeg tijdige herkenning en behandeling is bij ondervoeding. Dit kan de ernst van de ondervoeding beperken waardoor de zorgcompliciteit en zorgbehoefte afnemen. Uit onderzoek blijkt dat de voedingstoestand van patiënten die gescreend worden in de huisartsenpraktijk op een beter niveau is.  

Interventies:

Als Praktijkverpleegkundige/ondersteuner is het belangrijk om oog te hebben voor ondervoeding. Als praktijkverpleegkundige/ondersteuner heb je o.a. een adviserende rol voor cliënt, verzorgende/verpleging, familieleden/mantelzorgers. 

Denk hierbij aan de onderstaande adviezen:

  • Bied eten in kleine porties aan
  • Zorg ervoor dat het eten op smaak is en warm opgediend wordt
  • Staat het eten binnen handbereik?
  • Hoe wordt het eten gepresenteerd
  • Keuze mogelijkheid geven
  • Eet gezamenlijk
  • Tijdens de maaltijd zorg voor rust en zo min mogelijk afleiding
  • Na het eten gebit of tanden spoelen
  • Draag zorg voor een goede mondverzorging
  • Voedingsdagboek bijhouden
  • Weegmoment het liefst rond het zelfde tijdstip en een vaste weegschaal/stoel aanhouden

De huisarts dient op de hoogte gebracht te worden wanneer de cliënt ongewild > dan 3 kilo in een maand afvalt.

SNAQ65+

Ondervoeding bij ouderen in de eerstelijnszorg en thuiszorg kan met behulp van de SNAQ65+ gesignaleerd worden. Er is gekozen voor het meten van de bovenarmomtrek in plaats van de BMI. Dit zorgt met name in de thuissituatie voor een eenvoudig en betrouwbaar instrument. Daarnaast is uit onderzoek gebleken dat bij zelfstandig wonende ouderen een kleine bovenarmomtrek sterker gerelateerd is aan een verhoogde mortaliteit dan een lage BMI.

De screening bestaat uit vier stappen:

  1. Bepaal het gewichtsverlies
  2. Meet de bovenarmomtrek
  3. Vraag de eetlust na en stel de functionaliteit vast
  4. Stel het behandelplan vast

Herhaal stappenplan indien noodzakelijk en:

  • minimaal 1 x per jaar
  • tijdens evaluatie volgens de richtlijn
  • en bij evaluatie van de inzet thuiszorg

In de thuissituatie wordt naast de SNAQ65+ ook gebruik gemaakt van Mini Nutritional Assessment 

Interventies bij ondervoeding:

  • Er hoeft geen voedingsinterventie worden gestart indien er geen sprake is van ondervoeding.
  • Bij verhoogd risico op ondervoeding 
    • krijgt patiënt informatie over goede voeding en de gevolgen van ondervoeding
    • advies om extra eetmomenten in te plannen en volle producten te gebruiken
    • overleg met huisarts of diëtiste indien noodzakelijk
  • Bij ondervoeding 
    • zie actie punten bij verhoogd risico op ondervoeding
    • overleg met huisarts
    • verwijs de cliënt binnen één werkdag naar de diëtiste

In verpleeg- en verzorgingshuizen wordt er voor de screening op ondervoeding gebruik gemaakt van de SNAQrc. Deze methode werkt met een stoplicht score.
Aan de hand van de BMI en de uitslag van de drie vragen kan bepaald worden of er sprake is van ondervoeding.

Op basis van de uitslag treedt het behandelplan in werking: 

  • Indien er geen sprake is van ondervoeding hoeft er geen voedingsinterventie te worden gestart. Weegmoment 1x per maand. 
  • Bij matige ondervoeding krijgt cliënt aanvullende voedingsmiddelen (eiwit+/energie+)
    Eén keer per maand wegen. 
  • Bij ernstige ondervoeding wordt de diëtiste in consult gevraagd. De diëtist evalueert de behandeling regelmatig.

Verwijzing naar andere disciplines indien noodzakelijk, denk hierbij aan:

  • De ergotherapie kan ADL training geven ter verbetering van de functionele handeling tijdens het eten en het geven van advies mbt inzet van hulpmiddelen
  • Bij gebitsproblematiek inschakelen van de mondhygiënist
  • Bij slikproblemen de logopedist inschakelen

 

 

 

 

 



 
Artikel Verenso Tijdschrift
Effectieve ouderenzorg
Mini Nutritional Assessment
Richtlijn goede voeding 2015, gezondheidsraad
Richtlijn screening en behandeling van ondervoeding
RIVM
Snaq65+
Stuurgroep ondervoeding
Voedingscentrum
Zorg voor beter
Contactgegevens
platformouderenzorg@pvkpoh.nl
ACADEMIC JOURNALS ®
Copyright | Disclaimer